Home
ShellsAngels
Justus Willemsen
Ruben Willemsen
Genealogie
Achtergrondinfo
Familie Ten Pas
-GEN 5/1 - Johannes
-GEN 5/2 - Karel
-GEN 5/3 - Gerhard
-GEN 5/4 Alb.Jan
-GEN 5/5 Leentje
-GEN 5/6 - Gradus
-GEN 6/7 Joh. Albert
-Gen 6/9 - Anna Elis
-GEN 7/1 - Johannes
GEN 8/7 - Cornelis
GEN 9/2 Roelofina
-GEN 5/7 Evert
Lochem
Apeldoorn
Schilderijen
--- Expositie CODA
Familie Willemsen
Familie Bronsink
Zonder aansluiting
-Ten Pas Winterswijk
-Thepass
Weblinks
Gastenboek


Lochem

Informatie over Lochem en omstreken
in aansluiting met het stamboomonderzoek


Lochem

De "kleine landstad" Lochem, die haar stadsrechten kreeg in 1233 van de Gelderse graaf Otto II "met de paardevoet", had destijds al een stuk geschiedenis achter de rug. Uit een oorkonde van 1059, de oudste over deze nederzetting, blijkt dat er op dat moment al een kerk in Lochem stond. Opgravingen tijdens de restauratie van de Grote of St. Gudulakerk hebben ons geleerd dat er zelfs al omstreeks 900 na Chr. een houten kerkje op die plaats moet hebben gestaan, waarmee Lochem één van de oudste kerkdorpen van de Achterhoek is. Dat in Lochem in de 9e eeuw al een kerkstichting kon plaatsvinden, wijst op een nog oudere historie. De ligging aan de Berkel, waarlangs in vroeger eeuwen veel handel plaatsvond, is hierop waarschijnlijk van invloed geweest.

Na 1233 is het stadje spoedig uitgegroeid en in 1330 kreeg het toestemming tot de bouw van een stadsmuur. Een dubbele gracht, waar­van de binnengracht nog grotendeels aanwezig is, vormde nog een extra bescherming. In de loop der eeuwen is het stadje diverse malen belegerd, vooral tijdens de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648). In 1590 trachtten de Spanjaarden via een list de stad binnen te dringen, maar de Lochemse "Hooiplukkers", onder aanvoering van Jan Poorters, ontmaskerden de in een hooiwagen verborgen soldaten. Ook door brand werd het stadje veelvuldig geplaagd. Niet zo verwonderlijk als men bedenkt dat de meeste huizen van hout waren. In 1615 brandde vrijwel de hele stad af, alleen de kerk en een viertal huizen bleven staan.

Een nieuw, nu nog aanwezig, raadhuis werd in de jaren 1634-1640 gebouwd. De fraaie topgevels in de renaissancestijl zijn van de hand van de Zutphense stadsarchitect Emond Hellenraet. Elders in de stad zijn nog enkele 17de-eeuwse huizen te vinden.

De Grote kerk van Lochem was vroeger gewijd aan de heilige Gudula, in België beter bekend als Goedele, de patrones van Brussel en de Sint Goedele of Sint Michielskathedraal. Volgens de legende was Gudula afkomstig uit Vlaanderen en nauw verwant met de Franki­sche koningen uit het Karolingische huis. Haar naamdag is 8 januari, omdat zij op die dag van het jaar 712 zou zijn overleden. Ze wordt meestal afgebeeld met een lamp, die volgens het verhaal door de duivel werd uitgeblazen maar door een engel steeds opnieuw werd ontstoken. Hoe Gudula van Brussel in Lochem terecht kwam is niet duidelijk.

Al omstreeks 900 stond er een houten kerk in Lochem. Deze is omstreeks het jaar 1000 vervangen door een stenen kerk, die in de loop der eeuwen is uitgebreid en in het begin van de 16e eeuw zijn huidige vorm kreeg.


Laren

Het dorp Laren, waarvan al in 1294/95 melding werd gedaan, bezat al in een vroeg stadium een kapel, die in 1684 als kerk in gebruik werd genomen voor de nieuw gevormde gemeente Laren. Ook de inwoners van Verwolde en Oolde maakten gebruik van dit gebouw, dat in 1835 door de huidige kerk werd vervangen. Verwolde was tijdenlang een afzonderlijke gemeente.

Het laat-18de-eeuwse kasteel, met een veel oudere voorgeschiedenis, is nu door publiek te bezichtigen.


Barchem

Ten zuiden van Lochem vinden we het dorp Barchem, al genoemd in 1356. Dit groeide pas uit tot een echt dorp nadat het in 1861 een eigen hervormde kerk kreeg en een nieuw schoolgebouw.


Barchemseweg te Lochem

 

    


Molenstraat te Lochem

Deze straat voert in de Middeleeuwen naar de watermolens aan de Berkel. In de loop van de 18de en 19de eeuw wordt dit een winkel­straat en dat is het nog steeds. In deze straat bevinden zich diverse winkelpuien uit 1900-1915 in Jugendstil en Art Deco, b.v. nr.'s 3, 14 en 24. Het pand op nr. 16 maakt deel uit van een stadsboerderij. Het linkerdeel bezit een laat 19de eeuwse winkelpui. Onder de houten panelen bevindt zich een antieke automatiek. Jammer, dat het op deze wijze voor het nageslacht moet worden bewaard. Aan het eind van de Molenstraat aan het eind van de gracht het beeldje "Berendine".


Verwolde

De gemeente Verwolde is ontstaan uit de gelijknamige heerlijkheid. Binnen de gemeente, die slechts korte tijd bestaan heeft, namelijk van 1818 tot 1854, speelden de heren van Verwolde en de familie Van der Borch een belangrijke rol. De reglementen voor het bestuur van het platteland van 1817 en 1825 gaven de eigenaren van heerlijkheden die tevens gemeente waren een bijzondere positie in het be­stuur. Het is om deze reden zinvol dat er een blik geworpen wordt op de geschiedenis van de heerlijkheid Verwolde en de voorlopers van de gemeente Verwolde. De gegevens zijn ontleend aan J. de Graaf, "Het Huis en de Heerlijkheid Verwolde".

De oudste, met zekerheid bekende eigenaar was Derck van Keppel, die in 1346 vermeld wordt. Achtereenvolgens werden het huis en de heerlijkheid Verwolde in eigendom bezeten door de geslachten Van Keppel (1346-1523), Van Haeften (1546-1656), Ripperda (1658-1713) en Van der Borch van Verwolde (1738-1977). In 1977 droeg de familie Van der Borch van Verwolde het in 1776 gebouwde Huis Verwolde over aan de Stichting Vrienden van de Geldersche Kasteelen.

De heerlijkheid Verwolde was ten tijde van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden en van de negen heerlijkheden in het Kwartier van Zutphen.

Hoewel daarover enige discussie bestaan heeft, was Verwolde in ieder geval in de 17e en 18e eeuw een zogenaamde hoge heerlijkheid. De bezitter had daardoor de mogelijkheid misdaden voor zijn eigen rechtbank te berechten. Maar in de praktijk van het graafschap Zutphen was het 't Hof van Gelderland dat vonnis wees in lijfstraffelijke zaken. Alleen het gerechtelijk vooronderzoek en de uitvoering van het vonnis kwamen toe aan de bezitter van de hoge rechtspraak. Daarentegen werden in het oudrechterlijk archief van Verwolde (1603-1810), dat berust in het Rijksarchief in de provincie Gelderland te Arnhem, geen stukken aangetroffen die betrekking hebben op de criminele jurisdictie van de heer van Verwolde. Het gericht van Verwolde bestond uit een richter die bijgestaan werd door twee keurnoten. Breuk- of boetezaken werden behandeld door een advocaatfiscaal, een functie die vergelijkbaar is met die van de huidige officier van justitie.

Tot de rechten die de heren van Verwolde uitoefenden behoorden: de benoeming van de advocaat-fiscaal, de richter, de onderrichter (vergelijkbaar met de functie van veldwachter) en de landschrijver of secretaris van het gerecht. Verder had hij het brouwrecht, het recht van geven van vrijgeleide en het gevangennemen van misdadigers, het recht van voordracht bij sommige benoemingen, het jachtrecht, het tiendrecht, het recht van verschrijving in de Ridderschap van het graafschap Zutphen, het collatierecht te Laren, de benoeming van koster, schoolmeester, gezworen ijker en peiler van de maten en gewichten.

Aan het Huis Verwolde was een leenkamer verbonden. Omdat Verwolde zelf een leen van het Huis Keppel was, zijn de Verwoldese lenen te beschouwen als Keppelse achterlenen. De heer van Verwolde had het recht van begeving van de vicarie (altaarstichting) van Maria Magdalena in de kerk van Lochem, alwaar hij ook een bank bezat.

Tenslotte was de heer van Verwolde erfmarkerichter van de mark van Laren, Oolde en Verwolde.



© 1997-2014 roelinda.nl | info@roelinda.nl